Van Triple Dutch naar de Sahara
25 april 2026 | Madeline
Waarom ik de Marathon des Sables ging lopen en wat het mij bracht
“270 kilometer door de woestijn… ben je nu helemaal gek geworden?”
Dat was zonder twijfel de meest gehoorde reactie toen ik vertelde dat ik meedeed aan de Marathon des Sables.
Misschien is het antwoord wel: een beetje 😉
Maar wie mij kent, weet ook dat ik uitdagingen niet uit de weg ga. Integendeel. Ik zoek ze op. Niet om de extremiteit, maar om wat eronder ligt.
Na de Triple Dutch: wat nu?
In september liep ik mijn laatste van de drie Triple Dutch-triatlons tijdens Challenge Almere. En het voelde na afloop niet als ‘klaar’. Eerder als een nieuw begin.
Ultra lopen? Daar had ik op dat moment nul ervaring mee.
Maar ergens begon het te kriebelen. Hardlopen is eigenlijk mijn minste onderdeel van de trialton, maar het is wel een makkelijke en mooie manier om als uitlaatklep te gebruiken tijdens de drukke werkweek. De plek waar gedachten landen, vragen ontstaan en antwoorden zich langzaam vormen. De Marathon des Sables; rauw, simpel, alles zelf dragen, dagenlang onderweg voelde als een compleet andere wereld. En juist daarom als een logische volgende stap.
Eerste ultra, laatste weekend
Het contrast kon bijna niet groter:
Half september nog een lange triathlon.
En het laatste weekend van diezelfde maand liep ik mijn allereerste ultra; als voorbereiding op de Sahara.
Geen illusie van controle.
Gewoon ervaren: hoe reageert mijn lijf, hoe blijft mijn hoofd werken, wat gebeurt er als vermoeidheid echt binnenkomt?
Dat weekend bevestigde vooral één ding: ik heb hulp nodig om mij voor te bereiden op de Marathon des Sables. Een ultra is weer iets heel anders dan een triatlon.
Strak regime, warme kamers en nachtelijke rondjes
Daarna begon het echte werk.
Onder begeleiding van Rory Coleman ging ik vol in training; gestructureerd, consequent en zonder ruimte voor excuses.
Elke week saunatrainingen (al ga ik eerlijk zijn: die opgietingen ga ik niet missen… absoluut niet mijn ding), lange runs, en vaak extreem vroege óf juist nachtelijke trainingen. Rondjes maken, combineren, weer door. Soms gewoon om opnieuw een marathonafstand bij elkaar te lopen.
Dat alles terwijl er ondertussen nóg iets groots speelde: ik werd mede‑eigenaar van De Haan. Twee intensieve trajecten tegelijk. Fysiek en mentaal.
En ergens onderweg moesten er keuzes gemaakt worden.
Loslaten hoort erbij
Op een gegeven moment werd duidelijk: het ging niet allemaal meer samen. In het schema van Rory stonden ze al niet; de zwemtrainingen en de fietstrainingen. Ik wilde die er zelf proberen bij te blijven doen.
De zwemtrainingen stopten vrijwel geheel.
Het fietsen werd nihil.
Niet leuk, maar noodzakelijk.
De focus verschoof volledig naar lopen, hitte, zelfredzaamheid. Alles met dat ene doel: optimaal voorbereid aan de start staan.
Leven in eenvoud: woestijn, ritme en couscous
En toen was daar Marokko.
De Sahara. Zand, bergen, stilte.
De Marathon des Sables is in alles teruggebracht tot de essentie.
Je krijgt maar één ding van de organisatie: water. En daar moet je zuinig mee zijn. Bij de finish van elke etappe ontvang je een beperkte hoeveelheid water, daar moet je het mee doen tot aan het eerste checkpoint van de volgende dag, zo’n tien kilometer na de start. Douchen? Nee. Extra water? Nee.
Daarnaast draag je alles zelf.
Al je eten voor de hele week. Geen eten onderweg. Geen kraampjes. Geen “even kijken waar ik trek in heb” 😉
Daarbovenop komen verplichte veiligheidsitems, je slaapzak, slaapmat en wat minimale persoonlijke spullen.
Je leeft letterlijk uit je rugzak.
Bij de start woog die van mij 9,5 kilo, inclusief 1,5 liter water. En elke dag werd hij een beetje lichter, simpelweg omdat je eet wat je meegenomen hebt.
Wat mij misschien nog het meest verraste, was hoe gestructureerd en simpel het leven werd.
Elke dag dezelfde routine voor de start.
Elke dag dezelfde routine voor het slapen.
En ja, een groot gebrek aan hygiëne, dat hoorde er gewoon bij.
Elke avond at ik een gevriesdroogde maaltijd uit mijn eigen rugtas, bij mij steevast vegan couscous. Nog steeds redelijk te eten… maar voor de komende tijd even géén couscous meer 😅
Maar juist in die eenvoud ontstond ruimte.
Ruimte voor gesprekken.
Voor ontmoetingen.
Voor verhalen die je niet ‘even’ voert.
Diepgaande gesprekken met mensen die je pas een paar uur kent, maar die precies begrijpen waar je zit. De omgeving werkte daarin mee. Adembenemend. Groots, leeg en tegelijk vol betekenis.
Het breekpunt dat ik zocht en het moment dat anders kwam
Ik ging naar de Marathon des Sables op zoek naar een breekpunt.
Dat ene moment waarvan je hoort dat alles samenvalt. Waarin je breekt, stilvalt en antwoorden vindt.
Eerlijk? Ik had gehoopt dat ik dat punt ooit al zou voelen. Tijdens een lange triathlon. Tijdens een extreme training. Tijdens die momenten waarop je alleen bent met vermoeidheid en jezelf. Maar het kwam niet. Niet toen. En ook in de eerste dagen in de woestijn niet.
Sterker nog: ik zag het om me heen gebeuren.
Ik zag mensen breken. Over levensvragen, over keuzes, over wat echt belangrijk is.
Dat breken vond ik ergens zelfs mooi om te zien.
Maar de vragen waar zij op vastliepen?
Die stel ik mezelf al onderweg. Tijdens trainingen, tijdens het leven. En ik probeer er niet alleen over na te denken, maar er ook direct naar te handelen.
Dat besef werd op een gegeven moment ook van buitenaf benoemd:
misschien had ik mijn grootste breekpunt allang gehad.
Na mijn gezondheidskwestie heb ik mezelf opnieuw moeten herpakken. Sindsdien leef ik anders. Ik geniet bewuster. Ik leef niet in uitgestelde doelen, maar in het nu. Ik vier trainingen. Mooie fietstochten. Koffiemomentjes. Kleine dingen die groot blijken te zijn. Als geluksmomenten. Soms wel drie, vier keer per dag.
Toch was er ook teleurstelling.
Omdat dat moment waar ik naar zocht, dat pelgrimsmoment, maar niet kwam.
Tot die laatste nacht.
Liggend onder een eindeloze sterrenhemel, in mijn eigen zandengel, viel alles samen.
Niet met drama. Niet met tranen. Maar met helderheid.
Het moment dat ik zocht, had ik al lang. Die opmerking van mijn tentgenoot Tanya eerder die dag kwam ineens binnen.
Ik bén al sterker dan ooit. Niet omdat alles perfect is, maar juist omdat dat niet zo is. Omdat ik blijf leren, feedback omarm en onderweg blijf bijsturen. Dus ja. ik heb gedanst en gesprongen bij elke checkpoint en bij elke finish. En dat blijf ik zo doen!
En nu?
De komende periode ga ik weer bouwen aan zwemmen en fietsen, en rustig kijken hoe de triathlon weer een plek krijgt.
Betekent dit dat ik klaar ben met ultra’s? Absoluut niet.
In het najaar start de volgende grote uitdaging: de Legends Trail.
350 kilometer door de Ardennen, in vier dagen.
En ja, dit keer verdiep ik me alvast in koude‑training 😉
Want één ding weet ik zeker:
blijven bewegen, blijven ontdekken en blijven dansen, dat is voor mij de essentie.
Keep on dancing. 💃